Verdwaald corona uitstapje

Je zult het wel niet geloven, vandaag ben ik maar liefst drie keer verdwaald.
‘El, hoe speel je het klaar?’

Vandaag is het mijn vrije dag en heb ik mezelf getrakteerd op een uitstapje in coronatijd. Lekker een eindje lopen en sparren met iemand uit mijn netwerk over zaken, werk en privé, lekker van alles door elkaar om kennis te maken.

Dat ‘van alles door elkaar’ grijpt zijn kans al, wanneer ik zoevend op mijn fietsje richting andere kant van Rosmalen, De Groote Wielen rijd.
Praktisch als ik ben, heb ik de vorige dag op de plattegrond van google maps uitgeplozen hoe ik moet rijden, dus dat moet goed gaan.

Tja, oeff, die wegen zien er in het echt heel anders uit, hè.
Ik ga lekker snel op mijn fiets zonder trap ondersteuning, helemaal puur op eigen kracht, want er moet iets uit.
Heb jij dat ook, corona kriebels? Dan moet er iets uit en kun je maar het best in beweging komen of veel lawaai maken.
Dat vele lawaai heb ik dit weekend al gemaakt.  Vandaag is mijn rustdag en stel ik me bezinnend op, maar dat er iets uit moet is zeker. Ik fietst zo triomfantelijk driftig door, dat ik nog denk, ik zoef zo direct vast voorbij al die afslagen.

In het dorp gaat het al mis, de eerste verkeerde afslag, en ik maar door fietsen. Ik kom uiteindelijk 180 graden noorderbreedte elders tot bedaren. ‘Fiets omdraaien El, andere kant op’.

De eerste paar kilometer zitten er inmiddels op, ik ben al te laat, maar hoera, ik heb mijn FB Messenger en bericht mijn wandelgenoot: ‘Ik sta nu bij de voetbalvelden van OJC, ben vlakbij, ik kom eraan!!’

Hop, hop doorfietsen maar. Ze staat mij al toe te zwaaien bij strandje windkracht 5. Ik ben op de goede weg, en voel me trots: ‘Goed gedaan El, alsnog’.

Alé hop, nu samen lopen.
Ik weet niet of je het weet, maar ik ben nogal een kakel en mijn enthousiaste eerste verhalen brengen haar zo in vervoering (denk ik) dat zij vervolgens ook een afslag mist van het rondje dat ze vaker maakt.
‘Hé, we komen nu wel heel vreemd en wijds uit, kijk die vogels eens en wat een horizonten.’

Ja, ja, lopen dus, en op tijd opzij voor de grote auto’s, want ons vriendelijke wandelpad is inmiddels veranderd in een bemodderde vrachtwagenroute. Harde weg en hard op weg. Daar lopen we, zeer aangenaam, veel gepraat, het blijft droog.

Als alles toch wat lang gaat duren en die weg vreemd de verkeerde kant op buigt, vraagt mijn wandelgenoot aan iemand de weg. ‘Daarheen, daarheen en dan nog een eind. Verderop zie je De Groote Wielen vast ergens verschijnen’.

De route is inmiddels enigszins verdubbeld in lengte, maar de inhoud van onze gespreksstof is er niet minder om.
Kilometers verder, daar gloort zij, De Groote wielen, inmiddels verworden tot stad van mijn dromen. Nu we weer vast grond onder onze intuïtieve navigatie krijgen, staat de opluchting aan het roer van mijn beleving. Dat gebeurt er met je als je erg blij en opgelucht bent, dan wordt alles mooier.

We vinden warempel mijn fiets terug.
Inmiddels is het program iets uit de hand gelopen, maar ik wil op de terugweg naar huis toch ook nog even langs het dorp, kijken in de etalage naar wol van mijn favoriete brei- en fourniturenzaak.

Nou als ik wat opschiet, kan dat nog net. Dus daar ga ik weer, zoevend met een enthousiaste verbetenheid om die wol toch nog even op de valreep te spotten.

Wat denk je? Drie keer raden, nee laat maar.
Ik rijd me weer vast en klem, compleet verdwaald in de wijk Overlaet.
Ergens ben ik verstrikt geraakt in één van de Borchen, toen ik bij ‘het kunstwerk’, mijn ankerpunt voor bewegwijzering, de verkeerde afslag nam, alweer.

Tjonge, hopeloos op mijn fietsje bel ik nu toch maar naar huis: ‘Ik ben verdwaald in een wijk waar ik notabene ooit in lang vervlogen tijden zelf heb gewoond, maar ik ben nu zo thuis hoor’.

Al rondjes draaiend in de wijk en naar de weg vragend, vind ik na twintig minuten omzwervingen ons dorp Rosmalen in de kern terug.
Met glanzende ogen sta ik stil voor de etalage van mijn wolwinkel.
Daar ligt mijn garen. Die bollen wil ik hebben!
Opeens steekt er iemand het hoofd door de deuropening naar buiten. Met mondkapje bekleed hoor ik zeggen: ‘El wacht even, we pakken het voor je en zetten het buiten op de stoep klaar. We gaan hier zo alles weer afsluiten, toevallig dat je er net nú bent’.
Toeval? Wat denk je, dat ik voor niks de uitgebreide route heb genomen om hier exact op het juist moment mijn wol in ontvangst te nemen? Tuurlijk niet.

Ik fiets blij naar huis op mijn fietsje, wol in mijn mandje voorop, hongerige buik, voldaan van een leuke ontmoeting. Ik heb zeker twee keer tien kilometer gelopen en gefietst, dat kan haast niet anders. Dat is bijna een halve marathon: ‘Knap El, knap!’

Ik stort mezelf mijn eigen woning binnen met de woorden: ‘Dit geloof je niet. Ik ben vandaag drie keer verdwaald, dríe keer. Hoe krijg ik het voor elkaar èn ik heb mijn wol!’

Ik krijg een bijzondere reactie terug: ’Je had google maps even kunnen pakken en lust je een gebakken ei?’
Hier val ik dus stil hè, helemaal stil. Dat is nou net mijn eer te na.
Een kwartier later smikkel ik voldaan mijn eitje op.

P.s. Wil jij ook eens met mij op stap? Leuk! Zorg wel dat je ruim tijd inplant, want zoals je hebt kunnen lezen: we pakken het groots aan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *